Bruno Souza fileert het Q-grader systeem: kwaliteit is geen score
Een Braziliaanse boer-roaster over waarom de consument bepaalt wat goede koffie is, niet de cupping table
Waar gaat het over
Deel 4 van een 5-delige serie met Bruno Souza (Braziliaanse koffieboer, roaster, oud-Q grader, eigenaar Academia de Cafeteria). Het gesprek gaat over de vraag of de manier waarop we kwaliteit onderwijzen in specialty coffee wel klopt. Bruno haalt stevig uit naar de SCA, de CVA (Coffee Value Assessment — het nieuwe kwaliteitsbeoordelingssysteem dat vorig jaar het klassieke Q-grader scoresysteem moest vervangen), en het idee dat een handvol gecertificeerde cuppers bepaalt wat 'goede' koffie is.
Hoofdpunten
- Niemand bezit de waarheid over kwaliteit. Bruno's centrale punt: een Q-grader die zegt wat goede koffie is, is net zo arbitrair als een sommelier die zegt wat goede wijn is. De klant beslist.
- Theorie versus ervaring. Je wordt geen echte cupper in 6 maanden of 2 jaar. Bruno: 5 jaar ben je apprentice. En een cupping-cursus in de VS leert je niets over hoe je koffie laat groeien of verwerkt op de patio.
- 70% van kwaliteit gebeurt op de patio (de droogvloer bij de boer), niet in de roastery of bij de cupping. Hij vertelt over experimenten met onrijpe (groene) bonen die toch 87.75 scoorden omdat hij ze 3 dagen liet 'rusten' voor het drogen begon.
- Roast voor je klant, niet voor je ego. Bruno roast 3 niveaus. Hij verkoopt maximaal 5% specialty op gemiddelde markten, 70% medium of dark roast. Niet omdat hij het zelf lekker vindt, maar omdat dat is wat klanten willen.
- Co-fermentatie en getunede smaakprofielen (koffie waar tijdens de fermentatie smaakstoffen of extra gisten worden toegevoegd om bv. tropisch fruit of tabak te krijgen) zijn niet zijn ding, maar hij accepteert dat de markt het wil. Voorbeeld: tobacco coffee in het Midden-Oosten verkoopt per container, omdat de fenolische smaak (de 'medicinale' bijsmaak die Q-graders normaal als defect markeren) goed combineert met de specerijen waarmee koffie daar gebrouwen wordt.
Industry & supply-chain insights
- CVA-kritiek. Bruno is openlijk tegen de CVA. Hij blijft bewust onder het oude Q-systeem tot 2028. Zijn frame: de SCA verdient flink, terwijl de CQI (Coffee Quality Institute, opgericht door Ted Lingle nadat hij de SCA verliet) onderhuurder werd in het SCA-pand. De macht en certificering blijven in een kleine kring.
- De 'goud-zilver-brons' anekdote. Brazilië exporteerde in de jaren '90 drie kwaliteitsklassen naar het Midden-Oosten. Argentijnse markt en sommige Midden-Oosten klanten gaven brons de voorkeur boven goud. De industrie schrapte de labels, maar het inzicht bleef: 'kwaliteit' is contextueel.
- Co-fermentatie als shortcut. Bruno's hypothese: bodems raken uitgeput, dus boeren compenseren met smaak-bewerking in post-harvest processing. Het verklaart waarom co-ferm zo'n vlucht neemt — niet omdat de koffie beter is, maar omdat de basiskwaliteit daalt.
- Markt voor co-ferm is dun aan de boerenkant. Wie 200 zakken co-ferm produceert, kan die nauwelijks kwijt. Boeren moeten 5 zakken co-ferm in een lot van 10.000 zakken regulier verstoppen. Aan de afnemerskant (cafés) is het juist een trekker — één co-ferm op 10 'normale' koffies.
- Defecten-definitie. Defecten zijn per definitie iets dat NIET door de boom is geproduceerd: diesel-contaminatie, schimmel, kevers (berry borer). Alles wat de boom zelf maakt, is geen defect — een belangrijk filosofisch punt richting de discussie over fermentatie en geur-afwijkingen.
Ops/leiderschap insights
- De medium-roast 'gratis sample' truc. Klant bestelt 2 zakken dark roast → Bruno stopt er een halve zak medium gratis bij. 5 op 10 stappen na een tweede try over op medium, omdat ze proeven dat ze minder suiker hoeven. Productie-educatie zonder belering.
- Consistentie als loyaliteit-driver. Hun coffee shop zit op een 'verstopte' locatie. De reden dat ze tóch vol zitten: klanten weten precies wat ze krijgen. Verandert hij de profielen, dan verliest hij de mensen die juist kwamen voor wat hij doet.
Toepasbaar voor Stooker
- Roast-mix bewust durven differentiëren. Bruno's 70/25/5 verdeling (dark/medium/light-specialty) is een nuttige mental check. Stooker zit waarschijnlijk anders in die mix richting B Corp horeca, maar de vraag 'roasten we voor onszelf of voor de klant' is altijd scherp. Mogelijk een interessant intern gesprek bij elke nieuwe lijn.
- Co-fermentatie standpunt expliciet maken. Of je 't nu wel of niet doet, klanten gaan ernaar vragen. Een helder Stooker-verhaal (bv. 'we kiezen voor terroir, niet voor toegevoegde smaak') werkt beter dan ad-hoc reageren.
- Gratis-medium-truc voor wholesale. Letterlijk Bruno's tactiek toepasbaar: bij dark roast wholesale-klanten een halve kilo medium meesturen met een kort kaartje 'probeer eens'. Goedkoop A/B-experiment, en het traint je horecaklanten in plaats van ze te vermanen.
- Sla je voet niet op het Q/CVA-debat. Voor Stooker is dit interessant als context, niet als positionering. Maar wél het frame meenemen: jullie verhaal naar klanten hoeft niet op cupping scores te leunen — het mag op herkomst, relatie, en consistentie staan.
- Defect-definitie als educatie-tool. Bruno's heldere lijn ('een defect is iets dat de boom niet zelf maakt') is een mooi mini-verhaal voor barista-trainingen of een Stooker-blog over hoe wij kwaliteit beoordelen.
Content-haak
'Wij roasten geen koffie voor Q-graders, we roasten koffie voor jou' — een blog of social-post over waarom Stooker bewust niet leunt op cupping scores als marketing, en wel op smaak, herkomst en relatie. Bruno's quotes ('niemand bezit de waarheid over kwaliteit', 'goud verkocht slechter dan brons') zijn perfect ankermateriaal. Past ook goed bij B Corp-verhaal: kwaliteit is een gesprek, geen decreet.